Durk Bouwman : Augustinus

05 december 2021

AUGUSTINUS  (Thagaste 354 – Hippo Regius 430)

Het is niet voor niets dat deze lezing samenvalt met Sinterklaas. Deze afbeelding van de Griekse oppergod Zeus is de oorzaak van veel verwarring rond de ideeën over God, ook bij Augustinus. Door de hele geschiedenis is deze verbeelding van God bijna een archetype geworden. Dat geldt ook voor de persoon van St. Nicolaas.

Misschien had u gedacht dat Augustinus invloed verdwenen zou zijn in de leefwereld van nu grotendeels ontkerkt Nederland? Mis! Hebt u misschien ook maar al te vaak te horen gekregen dat je maar één keer leeft en je dus uit het leven moet halen wat er in zit, – om aan het eind ervan het gevoel te hebben dat je geen loser maar een winner bent? Dit vooral natuurlijk gezegd tegen de losers….

Toen ik met het boek Belijdenissen thuiskwam keek mijn vrouw me aan met een gezicht alsof ik met Mein Kampf thuiskwam en riep “Wat moet jij met Augustinus!”.

Velen van ons hebben in hun jeugd al kennis genomen van  het leven van Augustinus als een van de grootste kerkvaders. Heel weinigen hebben zich gerealiseerd dat het fundament van de belijdenis bij de PKN  nog altijd de Formulieren van Enigheid zijn en dat deze grotendeels het werk van Augustinus zijn. Augustinus is dermate begaafd en veelzijdig dat het niet makkelijk is om hem recht te doen.

CONFESSIONES

In zijn boek Confessiones vertelt Augustinus het verhaal van zijn bekering. Terzijde: deze titel wordt meestal vertaald met: Belijdenissen. Maar het kan ook vertaald worden met het woord Lofprijzing en eigenlijk geeft dat de teneur van het boek beter weer. Het verhaal dat hij vertelt zal niemand vreemd in de oren klinken en hij is een goed verteller. Je bent even helemaal in de vierde eeuw na Christus. Het Romeinse Rijk was met de bekering van Constantijn de Grote in 312 Christelijk geworden maar wankelt op zijn grondvesten door het oprukken van Gotische volkeren. Augustinus werd geboren in Thagaste in Noord-Afrika op de grens van het huidige Algerije en Tunesië. Zie het kaartje.

 Zijn moeder Monica is al bekeerd en bidt voor hem, maar zijn vader houdt vast aan het heidense geloof. Na zijn scholing in Carthago, welke met veel klappen gepaard ging en waar hij –  helaas voor de theologie –  geen Grieks leerde ontwikkelde hij zich tot bekwaam retor, oftewel advocaat. Hij geeft zich daarbij over aan een losbandig leven met veel seks en leeft ongetrouwd samen met een vrouw bij wie hij een zoontje krijgt. Maar hij vindt geen bevrediging in dit alles en wordt een zoeker die zich gaat verdiepen in het gedachtegoed van de Manicheeërs. Ik kom hier op terug.

BEKERING

Om carrière te maken trekt hij daarna naar Rome en Milaan.  Daar raakt hij in de ban van de preken van bisschop Ambrosius. Tot vreugde van Monica, die hem helemaal vanuit Afrika is nagereisd,  gaat hij zich verdiepen in de brieven van Paulus. Daar ontmoet hij ook zijn leerling Alypius, die al bekeerd is.  Samen met Alypius woont hij in het huis van een vriend. Eens had hij met Alypius een gesprek over een van de brieven van Paulus. Wanhopig en in besluiteloosheid liep hij een eind naar achteren, de tuin in. Dan hoort hij  in de tuin ernaast een stel kinderen bezig met een spel waarbij ze “Tolle, lege!”roepen: “Pak hem en ga lezen!” “Ik ken geen spel waarbij dat gebruikelijk is. Ik zag dit als een teken, loopt terug, pak de Bijbel, slaat die open en mijn blik valt op Romeinen 13 vers 13:

Laten we daarom zo eerzaam leven als past bij de dag en ons onthouden van bras- en slemppartijen, ontucht en losbandigheid, tweespalt en jaloezie. Omkleed u met de Heer Jezus Christus en geef niet toe aan uw eigen wil, die begeerten in u opwekt.

En dan stroomt er een licht van zekerheid in mijn hart binnen en de duisternis van mijn weifelen vluchtte. Verderop in het boek volgt de beroemde strofe strofe die door Oosterhuis is verdicht en Tom Löwenthal op muziek is gezet als de  prachtige hymne  “Om Vrede” :

Laat heb ik u liefgekregen, o schoonheid, zo oud en zo nieuw, laat heb ik u liefgekregen! En gij waart binnen en ik was buiten, en daar zocht ik u, en ik rende, wanstaltig als ik was, op de schone dingen af die door u gemaakt zijn. Gij waart bij mij en ik niet bij u. Ik werd ver van u gehouden door dingen die niet bestaan zouden hebben, als ze niet in u bestaan hadden. Geroepen hebt gij, geschreeuwd en mijn doofheid doorbroken; gestraald hebt gij., geschitterd en mijn blindheid verjaagd; gegeurd hebt gij en ik heb ingeademd en snak nu naar u; geproefd heb ik en nu honger ik en dorst ik; aangeraakt hebt gij mij en ik ben ontvlamd naar uw vrede.

Mijn kanttekening bij dit lied is wel dat hierin de essentie van Augustinus doorklinkt: niet ik heb God geroepen, maar hij heeft mij geroepen.

SYNCHRONICITEIT EN TOEVAL                                                                                                                                                   

Augustinus is later nogal bekritiseerd op dit schijnbaar onmogelijke verhaal, maar na onze cyclus over toeval denk ik dat hij er geen woord van gefantaseerd heeft. Al in het begin van zijn boek vertelt hij over de gewoonte van die tijd bij moeilijke vragen een boek met gedichten van Vergilius open te slaan. De pagina die tevoorschijn kwam liet dan een aanwijzing zien die tot de oplossing moest leiden. De reactie van een vriend hierop in een discussie was dezelfde als tegenwoordig: “Allemaal toeval man!”

De vreugd van Monica is niet te meten en ze zegt dat het doel van haar leven nu bereikt is, en met haar leven klaar is. Ze besluiten gedrieën terug te gaan naar Afrika en monnik te worden, en Augustinus laat zijn vrouw achter, wat hem veel verdriet doet omdat hij van haar hield. Maar in Ostia, wachtend op passage, wordt Monica ziek en sterft.  Terug in Afrika blijkt de bisschop van Hippo, het huidige Annaba aan de kust, met een vacature als hulpbisschop te zitten en de keus valt op Augustinus. Daar ontwikkelt hij zijn leerstellingen

We laten de bisschop nu zelf aan het woord.

We schudden (als kwajongens) de perenboom van buurman leeg terwijl onze eigen peren veel lekkerder waren.  Het ging er alleen maar om dat we iets deden waar we plezier in hadden doordat het niet mocht. Wat ik dan liefhad was ook de kameraadschap met degenen in wiens gezelschap ik die diefstal bedreef. Het is de vrije keuze van de wil die de oorzaak is dat wij kwaad bedrijven. En ik zocht maar waar het kwaad vandaan kwam en zag niet het kwaad in mijn zoeken zelf. Hoe gij mij uit de boei van de behoefte aan geslachtsgemeenschap, waar ik in vastgeklonken zat,  en uit de slavendienst van de wereldse bezigheden hebt bevrijd, – ik ga het nu vertellen. De geest geeft het lichaam een bevel en wordt onverwijld gehoorzaamd. De geest geeft zichzelf een bevel en er volgt verzet! Dus de wil beveelt niet in zijn volledigheid, en daarmee is hij niet wat hij beveelt. En mijn vriendinnen trokken zachtjes aan mijn kleed en mompelden: Laat je ons lopen? Van dat moment mag je dit en dat niet, tot in eeuwigheid niet meer!  En toen ik in het leven afstand had gedaan van mijn begeerte naar seks, kwamen al die genietingen in natte dromen terug… .  Maar ook lekker eten en drinken, genieten van mooie kleuren en lekkere geuren, van theater en muziek – hoewel ik erken dat het een goede aanvulling is op de eredienst, maar kijk uit: voor je het weet ga je genieten van de muziek in plaats van de aanwezigheid van God. En er is groot gevaar in de begeerte naar kennis en wetenschap, zoals de observatie van een spin terwijl hij zijn net weeft. De begeerte om bevreesd en bemind te worden. Ja, God is almachtig, alwetend en oneindig, maar hij is geen Sinterklaas! 

MANI

Dezen onderscheiden het leven als een strijd tussen duistere en lichte krachten en zien vooral het lichamelijke als een bron van duisternis  en een gevangenis voor de ziel. Hierdoor eisten ze een strenge ascese. Centraal staat ook bij hen de persoon van Christus als Lichtwezen. Mani leefde in de derde eeuw en heeft een soort synthese gemaakt van Christendom, Boeddhisme en Zoroastrisme. Essentieel voor hem was de vrije keuzemogelijkheid van de mens om de strijd aan te gaan met het Kwaad om dit met behulp van het Lichtwezen te transformeren in Licht. Daarvoor doorloopt hij een cyclus van vele levens, totdat hij op een veel hoger niveau is gekomen en kan ontsnappen aan het doorgaande wiel van wedergeboorten en daarmee de bevrijding van de Goddelijke lichtvonken uit de gevangenis van het lichaam. Het is begrijpelijk dat sexuele activiteit verdacht was omdat dit er toe leidde dat het Licht steeds opnieuw werd gevangen in de materie van het lichaam. In de 19e eeuw komen deze gedachten weer terug bij de Theosofie en  Rudolf Steiner, die een studie maakt van Mani.  De  kritiek van Augustinus op de Manicheeërs is dat ze zich daarmee onttrekken aan de eigen verantwoordelijkheid. Daarna verdiept hij zich in de filosofie, en met name Plato. Ook deze zal een grote invloed op hem hebben.

SCHULDBESEF OVER GENOEGENS

In zijn boek Belijdenissen komt een groot schuldbesef naar voren. Eindeloos onderzoekt hij zijn beweegredenen naar deze misstap, terwijl dat tegenwoordig gezien zou worden als een teken dat hij het nog ver zou brengen. Schuld over alle soorten van genoegen in het leven, vooral lichamelijke begeerte: seks. Behagen.  Hier komt de invloed van Mani terug: De duistere machten worden bij Augustinus schuld- en zondebesef.  Het is voor degene die uit een orthodox nest komen alsof je je ouders het allemaal hoort herhalen want Calvijn leunt zwaar op Augustinus en in de 19e eeuw zouden bij de Doleantie de teugels opnieuw worden aangehaald. Kortom, al het lichamelijke is verdacht – maar Augustinus besefte natuurlijk wel dat er voor het krijgen van kinderen iets van seks nodig was.

BEGEERTE

Wat Augustinus niet van zichzelf kon uitstaan waren naast de natte dromen die bleven komen het feit dat hij – controlfreak die hij was – geen controle had over de reacties van zijn mannelijk lid. Dat ding ging maar zwellen op de meest ongelegen momenten en liet hem dan weer in de steek op momenten dat het gepast was. Daarom ontwikkelde hij zijn theorie over de Erfzonde: bij Adam en Eva was na het eten van de appel de schaamte begonnen over hun geslachtsdelen en hun sexuele begeerte. En aangezien niemand  zonder geslachtsverkeer geboren wordt draagt iedereen het virus van de erfzonde met zich mee. Ook hier weer de echo van Mani: karmische last wordt veranderd in erfzonde.

EEUWIG VERDOEMD MET DE DOOD ALS STRAF, ERFZONDE GENADE EN UITVERKIEZING

En dan gebeurt er iets vreemds, Augustinus is zoals veel begaafde mensen en vat van tegenstrijdigheden.  Door de scheppingsverhalen letterlijk te nemen kwam hij tot de conclusie dat iedereen al bij voorbaat verdoemd was door de zonde met als straf de dood en het eeuwige hellevuur. En dat God alleen door zijn genade louter van zijn kant als een soort loterij lukraak mensen uitkoos voor bekering en verlossing zonder dat je daar als mens ook maar enige invloed op had – de zogenaamde uitverkiezing. Geheel tegen de visie van Mani in. Hierover zou in Nederland in het begin van de 17e eeuw een hevige strijd ontbranden tussen de remonstranten en contra-remonstranten, wat de jonge republiek aan de rand van een burgeroorlog zou brengen.

VRIJE WIL

Maar ook Augustinus had in zijn tijd tegenstanders, zoals de uit Wales afkomstige Pelagius. Pelagius mening was dat de mens een vrije wil heeft, dus de keuze heeft tussen goed en kwaad. Maar Augustinus  ging zo ver dat een mens door de erfzonde zo verdorven was dat hij al niet meer in staat was zelf onderscheid te maken tussen goed en kwaad. Daarom moest van bovenaf opgelegd worden wat juist was in de leer en wat verworpen diende te worden. We herkennen hierin de structuur van de protestantse en katholieke kerken met betrekking tot het leergezag. Augustinus drukte deze regel bij de keizer door middel van wat omkoping en lobbywerk. Hiermee beroofde hij de gelovige van zijn innerlijk kompas en maakte de leden van de kerk stuurloos en liet ze  in het duister tasten over de juistheid van hun eigen intuïtie.  Augustinus gedachten – weergegeven in zijn boek De Staat Gods – maakte hiermee de weg vrij voor een eeuwenlange Inquisitie die meer dan duizend jaar lang tallozen een gruwelijke dood in zou jagen. En bovendien zou leiden tot stilstand in de ontwikkeling van kunst, filosofie en wetenschap welke juist op gang was gekomen in de Oudheid.

LEERGEZAG EN REDE, POSTIE VAN DE VROUW

Wat is als vrijzinnige mijn eigen reactie op Augustinus? Met zijn werk sluit hij een periode af waarin het Christendom een wezenlijke verandering ondergaat. Terwijl het Christendom juist aangenomen is als officiële staatsgodsdienst met alle faciliteiten van dien verandert het van een leer van innerlijke bevrijding in een opgelegde angst voor hel en verdoemenis. In de ontwikkeling van de theologie wordt de rede toonaangevend. Belangrijk is verder de positie van de vrouw. Vrouwen worden, in tegenstelling tot hun situatie in de vroegste kerk, geheel naar de marges gedrongen  en daarmee ook de meer gevoelsmatige, intuïtieve benadering van het geloofsleven – het niet beredeneerbare.Alles wordt geformuleerd in termen van het Romeinse recht, zodat er geen speld tussen te krijgen is. Maar door een achterdeurtje komt de Maria-verering er voor in de plaats.

GNOSTIEK

 Alle ideeën over de mogelijkheid om door eigen inspanning de weg naar bevrijding te vinden worden veroordeeld als Gnostisch en dus als een dwaalleer. Christus wordt meer en meer vergoddelijkt tot een Heiland die éen maal in de geschiedenis is neergedaald uit de hemel om de mensheid te verlossen.

ÉÉN LEVEN

 En maar eenmaal in een enkel leven krijg je de kans door Christus verlost te worden – mits uitverkoren…… Zo wordt de verbeelding van een  innerlijke ervaring alsof je bent uitverkoren omgewerkt tot een algemeen geldend dogma. Augustinus zet zich hiermee sterk af tegen de Manicheeërs die de mens de vrijheid gaven door een cyclus van vele levens ervaringen op te doen. En juist het hebben van een lichaam is onontbeerlijk voor het vinden van zieleheil. Augustinus misgunt de mens zijn eigen zoektocht, terwijl hij zelf zo’n uitgesproken voorbeeld is van een zoeker. En terwijl Augustinus zo volmaakt de verrukking van de verbinding met God ervaart is het een raadsel waarom hij het nodig vond een zo grote dam van liefdeloosheid en gebrek aan warmte op te werpen voor ieder die op zoek gaat naar zijn eigen verbinding met God – in welke vorm dan ook. Ik heb dit alles nogal op me in moeten laten werken, ook al omdat mijn eigen dogmatische opvoeding in de Gereformeerde Kerk ermee doortrokken was. Waar komt toch die liefdeloosheid vandaan op een plek waar de liefde van Christus wordt gepredikt? Augustinus is een vat van tegenstrijdigheden.

AFWIJZING VAN HET LICHAAM

In de eerste plaats zijn de Confessiones voer voor psycho-analytici. Ik denk dat Freud, die zeer belezen was, het met rode oren heeft gelezen. Er zijn veel parallellen met Kierkegaard die met zijn analyse van het verhaal over het offer van Abraham eveneens tot conclusies komt die veel verder gaan dan het verhaal ooit bedoeld kan hebben. Mijn stelling is dat je door de nadruk te leggen op de geest de dingen gaat verabsoluteren, oftewel: tot het gaatje gaat.

HUMOR

Als er geen evenwicht is met je lichamelijke ervaringen wordt dat absolute niet gerelativeerd door bijvoorbeeld humor. En seks is nu juist zo sterk verbonden met humor. Augustinus noemt het voorbeeld van een man die vraagt waar God mee bezig was vóór Hij hemel en aarde maakte. Toen was God, zei de man, bezig Gehenna’s, hellen, aan het inrichten voor speurders naar hogere dingen. Augustinus kon er niet om lachen maar geeft hiermee wel precies aan wat zijn probleem was. De  lichamelijke ervaringen die Augustinus afwijst verbinden je met de aarde en laten je weten dat je mag leven met trial and error en dat je van perfectionisme niets leert.

De nadruk op de Idee, het ideaal, heeft licht de neiging dictatoriaal te worden en dictators hebben een bloedhekel aan humor, kleinkunst, cabaret en satire. Aan alles waarover je geen controle kunt uitoefenen. Zie Poetin. In het boek 1984 voert George Orwell een anti-seks jeugdbond ten tonele.

GEHEUGEN, RUIMTE EN TIJD EN ONEINDIGHEID

Maar er is nog een andere reden dat het boek Confessiones wereldberoemd is geworden, zo, dat zelfs Bertrand Russell, fel anti-christelijk, maar liefst 13 pagina’s aan Augustinus wijdt. Dat zijn zijn onovertroffen beschrijvingen  van het functioneren van het geheugen en de beleving van de tijd. Hierin toont Augustinus zich geniaal en  wetenschapper in de dop, geheel in tegenspraak met zijn afkeuring van alles willen weten. Ik kan daar nu niet teveel  op ingaan, maar in de verhandeling over de beleving van tijd blijkt dat Augustinus zich al bewust is van het verband tussen beweging, tijd en ruimte – wat Einstein zal uitwerken in zijn Relativiteitstheorie. Verder  wil ik nog wel aanstippen dat Augustinus er al besef van heeft dat er in je geheugen beelden en ervaringen kunnen zitten die je niet eerder hebt opgeslagen via je zintuigen. Jung spreekt hier over archetypen. Zelf ben ik ervan overtuigd dat je niet als onbeschreven blad papier aan het leven begint. “Waar in mijn geheugen is God nu”, zo vraagt hij zich af. Ik zoek God, en heb dus een weten van God, maar ik heb Hem nooit gezien. Toch ben ik me Hem bewust, net als geluk, maar ik weet niet wat dat is want dat heb ik nooit ervaren. Het is in deze paragrafen dat Augustinus zonder dat hij het zich realiseert de essentie van de menselijke geest uitdrukt, namelijk dat die onbegrensd is, en zijn hele stelsel zelf weer onderuithaalt: dat die geest zich in geen enkele “doos” voorgoed laat opbergen en over elke grens heen streeft die er om hem heen wordt opgeworpen, zelfs die van geboorte en dood.

Het is deze tekening van Van Gogh getiteld: De rotsen van Montmajour waarmee ik dit wil trachten duidelijk te maken hoe we ons kunnen verhouden tot de begrippen Karma en onbegrensdheid.. Augustinus zegt dat in het heden zowel het verleden als de toekomst aanwezig zijn. Dat geldt bij uitstek voor deze geologische formatie. Ook zegt hij dat Gods aanwezigheid het gehele universum doortrekt. Daar heeft Van Gogh in deze tekening bij uitstek vorm aan gegeven. Iets in hem werd geraakt door dit beeld, zoals het mezelf overkwam bij de eerste confrontatie met rotsgesteente in de Heimansgroeve. En als in de aarde die gelaagdheid al aanwezig is, waarom dan niet in de menselijke geest? Het vermogen van Van Gogh om dit in één tekening te verbeelden na een leven lang worstelen met de materie,  – dat is voor mij genade.

Durk Bouwman, 5 december 2021



Deel dit artikel