Een impressie van Ada en Ger Parlevliet
We hadden ons niets voorgesteld, een dienst in het kader van het kerkasiel. Twee uur lang, een preek, vermaningen, tussenzang?
Het begon al buiten, een zak met naar later bleek ongeveer veertig kilo zand moest naar binnen gezeuld. Onze voorganger staat tenslotte garant voor creatieve verrassingen. Eenmaal binnen, een modern godshuis met veel ruimte, licht en lucht, ontmoetten we de overige kerkgangers, een flinke groep van uiteindelijk zo’n vijftien personen.
We waren bij lange na niet de eersten die op een viering afkwamen. In de hal hing een kaart van Nederland vol geprikt met gekleurde spelden die de herkomst onthulden van hen die ons waren voorgegaan.
Binnen in de grote kerkzaal was alles aanwezig voor een eredienst, een vleugel, een groot pijporgel, uiteraard een kansel, doopvont en stapels liedboeken en bijbels (nieuwe vertaling).
Ons gezelschap groepeerde zich in een kring rond de zak met zand. De brandende kaars werd doorgegeven. Roos, in kleurige stola, gaf kort uitleg en startte de dienst met een groet en zegenbede.
Het thema van de dienst was opgehangen aan het verhaal van de muur van Jericho,
Alles kwam tot leven door een door Roos in het zand opgetrokken muur, binnen misschien veilig maar wel opgesloten.
We traden nu binnen in de wereld van symboliek. De muur mocht door ons verbouwd, de vrijheid er buiten de geborgenheid binnen. Maar het verhaal ging verder soldaten, priesters met de ark en ramshoorns en mensen van het volk Israël moesten in optocht om de stad lopen, één keer iedere dag weer. Iedereen van ons gezelschap deed dapper mee om de houten beeldjes rond de stad te laten wandelen. Ondertussen mocht iedereen zich voorstellen wat er in de hoofden zou omgaan van de mensen die daar in de processie rondliepen. Het volk was nieuwsgierig; de priester vol van hoop en vertrouwen, de soldaat dacht niet.
Eindelijk brak de zevende dag aan, maar nu zeven keer rond de stad, waar begin je aan? Toch maar stug doorzetten vertrouwend op een wonder?
Het wonder kwam, ramshoorns klonken, het volk schreeuwde, de muur viel, het was volbracht.
Een toepasselijk lied, de zegen door Roos, de brandende kaars werd doorgegeven en twee uur viering waren voorbijgevlogen.
De boodschap bleef: zachte volharding, ooit komt het wonder van Kampen.