Het is zaterdag 7 december, half elf ‘s avonds. Buiten is het koud, donker en stil. Voor mijn huis stopt een kleine auto met daarin Henri, Sanne en onze voorganger Roos van Doorn. Snel stap ik in. Over een vrijwel verlaten snelweg rijden we naar het noorden, naar Kampen, waar de protestantse gemeente Open Hof kerkasiel biedt aan de familie Babayants, een Oezbeeks gezin van twee ouders met vier kinderen. De familie Babayants woont al meer dan 11 jaar in Nederland. Drie van de vier kinderen zijn in Nederland geboren en het gezin is volledig ingeburgerd, maar ze hebben recent te horen gekregen dat ze zijn uitgeprocedeerd. Uitzetting dreigt. Voor het kerkasiel zijn 24 uur per dag kerkdiensten nodig. Daarom zal Roos de kerkviering, die op 21 november is begonnen en onophoudelijk doorgaat, voor twee uur voortzetten.
Om 12 uur neemt zij volgens vast ritueel de kaars over van de vorige voorganger met de volgende woorden: “Dank voor het behoeden van het Licht, we nemen het hier van jullie over.” Even later komt een jong stel binnen. Ze blijven maar even, zeggen ze meteen. Een andere vrijwilliger, die benadrukt dat ze niet kerkgaand is, maar wel heel betrokken, blijft vrijwel heel de viering bij ons. Ze vertelt ons dat de eerste twee weken alleen mensen uit de nabije omgeving van Kampen kwamen om te helpen, maar dat mensen nu vanuit het hele land hiernaartoe komen. Ook iemand van het bestuur woont onze viering bij. Tijdens de eerste muziek van onze viering voel ik hoe krachtig dit is. Ergens in dit kerkgebouw zijn twee ouders met vier kinderen die hier bescherming vinden. We gaan als mensen, door dit te doen, vrijwel letterlijk om hen heen staan. Ik hoop dat ze inmiddels lekker liggen te slapen.
Tijdens de viering verkennen we de Adventtijd. Roos vraagt ons wat we het liefst zouden willen vieren met kerst; waar we het meest naar verlangen. Voor mij is dat de terugkeer van het licht. Sommige mensen hebben zoveel duisternis in hun hart, dat vrede niet meer mogelijk is. Licht in die harten is een voorwaarde voor vrede. Zo zie ik dat. Dan vraagt ze ons of we de afgelopen week al voorbeelden hebben gezien van de verwezenlijking van ons verlangen, hoe klein ook. Meteen denk ik aan een voorval eerder die week. Ik krijg een brok in mijn keel. Ja, er was licht. Heel veel licht. Door je te verbinden met de kleine voorbeelden van datgene waar je naar verlangt, kan het groter worden, kan het groeien, zo leert Roos ons. Het helpt me. Het helpt me tegen het cynisme dat al maandenlang steeds sterker in me wordt. Ik wil geen cynisch mens worden.
Om twee uur ‘s nachts komt de volgende predikant de viering overnemen. Ze zal tot zes uur ‘s ochtends doorgaan. Hoewel het inmiddels ver na middernacht is, staan ook nu een aantal mensen voor de kerkdeur. Het raakt me, al deze betrokkenheid. Al het cynisme waar ik nu al zo lang mee in gevecht ben, is vannacht als sneeuw voor de zon verdwenen. Of het gezin Babayants door dit kerkasiel zal kunnen blijven of niet is vanavond voor mij eigenlijk niet eens meer relevant. Natuurlijk hoop ik dat het helpt. Maar wij zijn hier, nu. Gewoon uit solidariteit. En daar gaat het om.