Mignon van Bokhoven

30 augustus 2020

De bloemen zijn gegaan naar de heer Boerboom

6 september zijn er 2 vieringen, samen met enkele leden van de spelgroep, om 13.30 uur en 15.00 uur

Opgave kan via de website    (klik op) Spelgroepviering


Lezing Psalm 87                          

Hij wil zijn bij mensen.

Zo luidt de Naam.

In diepe dalen op hoge vlakten

aan rivieren van tranen.

Waar wij hem roepen, zingen

daar zal Hij zijn.

In Sion wordt hij geroepen

door vertwijfelde stemmen

daar staat de Tent der Ontmoeting

daar vertoeven zijn woorden.

Daar is hij begonnen, daar,

voor alle volkeren bereikbaar.

Ik hoorde in vreemde talen:

daar zijn ook wij geboren.

En ik wist en beaamde

daar ontspringt mijn bron.

(uit 150 psalmen vrij, Huub Oosterhuis)

Zondagsbrief 30 augustus 2020 De Ontmoeting Bennekom

Welkom in deze viering. We vieren vandaag met een ‘zondagsbrief’ die ik deze week voor u mocht samenstellen. Ik ben Mignon van Bokhoven, voorganger bij Vrijzinnig Renkum. Het is de laatste viering van de zomervakantie en volgende week bent u op zondag weer welkom in de Ontmoeting. Een hele stap. Misschien kijkt u er naar uit, wat zal het fijn zijn om elkaar weer te zien! En misschien vindt u het nog spannend, hoe zal het gaan?

Beginnen we deze viering met stil worden. En zo u wilt, een kaarsje aan te steken.

Bidden we met het lied ‘Beweeg in mij’

(t.Menno Rougoor, m. Rien den Arend. Uit: Op vleugels van verlangen)

Beweeg in mij, dat ik leven voel.

Adem in mij, dat ik tot rust kom en overgave.

Groei in mij, dat ik word vervuld van vrede.

Wees kracht in mij, dat ik sterk kan zijn

wanneer dat nodig is.

Wees zacht in mij, dat ik niet verhard, versteen.

Vertelling van de legende van Christoforus

Lang geleden werd een kind geboren, dat Offerus genoemd werd. Hij werd zo groot als een reus en hij had één verlangen: degene dienen die groter is dan hijzelf. Als soldaat in dienst bij de koning van het land verslaat hij vele vijanden. Maar op een dag merkt hij dat de koning angstig kijkt als het over de duivel gaat. ‘Is de macht van de boze groter dan u’, vraagt Offerus aan de koning. Ja, zegt de koning, ‘want die beheerst de hele wereld.’ En Offerus vertrekt om deze machtigste van alles te dienen. Hij zoekt en vindt hem en het duurt niet lang of hij voelt de macht van de boze die hem influistert: ‘sla er maar op, maak maar kapot, pak maar mee.’ Maar op een keer ziet Offerus dat de duivel een omweg maakt als ze langs een kruisbeeld lopen. ‘Is er dan één die machtiger is dan u?’ vraagt Offerus. Ja, fluistert boze hem in, ‘er is één die macht heeft over hemel en aarde.’ ‘Die wil ik dienen’, roept Offerus uit. Offerus zoekt en treft een kluizenaar. ‘Zeg me toch: waar kan ik de koning vinden die machtiger is dan de duivel?’, vraagt Offerus. ‘Ga dan naar beneden, naar de rivier. Daar is geen brug. Je moet de mensen helpen en hen over de rivier dragen. Wie mensen helpt, zal de grootste koning vinden.’ En zo doet Offerus. Iedere dag draagt hij mensen op zijn sterke rug door de rivier. Zeven jaar lang. En op een nacht steekt een sterke storm op. Offerus meent een kinderstem te horen aan de overkant van de rivier. Maar hij ziet niemand. Hij is amper weer gaan liggen of hij hoort boven de wind uit de roep van een kind. Maar weer ziet hij niemand. Langzamerhand gaat de storm liggen.

En hij hoort weer roepen. ‘Offerus, kom me halen.’ En nu, terwijl hij door de rivier waadt ziet hij een kind. Hij neemt het kind op zijn schouders. Een klein kind is het, maar het lijkt of het steeds zwaarder wordt. ‘Het is of ik de hele wereld op mijn schouders heb’, zucht hij. ‘Offerus, je draagt méér dan de wereld. Je draagt hem die haar geschapen heeft.’ Offerus kijkt omhoog en ziet het kind van licht. Zijn gezicht straalt als de zon. Het is het Christuskind. ‘Zeven jaar heb je op mij gewacht en de mensen trouw gediend. En daarom krijg je van mij een nieuwe naam. Je heet voortaan niet meer Offerus, maar Christ-offerus, drager van Christus. Plant je staf in de grond naast je hut en hij zal bloeien en vrucht dragen.’ En zo is het gebeurd.

Lied: Ik heb een steen verlegd in de rivier

(klik op) De Steen- Bram Vermeulen

Overweging

Dragen en gedragen worden. De man in het water, op de afbeelding op de voorkant, draagt een steen. Een steen die ergens in het hooggebergte los geraakt is van een rots. Meegevoerd door het water, rollend en botsend, verweerd door de omstandigheden, door kou, door vorst, door warmte, soms in snelstromend water, langs watervalletjes, soms rustend in de luwte tot hij weer opgepakt wordt en meegaat in de stroom.

         Zo gaan wij ook door het leven. Worden wij gevormd door het leven. Moeten we onze eigen weg gaan. We veranderen door wat we meemaken, door de mensen die we tegenkomen. We lopen deuken op. Ervaren kou én warmte, omhulling en afwijzing. We zijn niet meer dezelfde als toen we vertrokken. Onderweg leren we van het leven. En het leven verandert door ons.

           De maakster van het schilderij op de voorkant stelt de vraag hoe je je staande houdt op je eigen plek, hoe je een fijne balans vindt en bewaart. Of misschien is het een beeld voor iets nieuws beginnen, een volgende stapsteen leggen, waag je een sprong of stap. Het is spannend, de steen waarop je staat is glibberig, de rug gekromd, de armen gespannen, je voeten proberen het evenwicht te bewaren. Of misschien ben je vol vertrouwen zoals de man of jongen op het schilderij die zonder moeite de steen lijkt op te pakken.

         We zijn op reis, aan elkaar gegeven, door elkaar gedragen. Soms ben je als de steen die een stukje verder gedragen moet worden, soms ben je misschien degene in de stroom die een ander helpt. In het dragen dienen we elkaar, door elkaar te dienen, dienen we dat wat groter is dan onszelf. Dat grote waar de reus Offerus naar op zoek was. Het grote dat hij vond in het kleine kind: het kind te zien was zijn grootste verlangen. Hij zoekt het, maar het komt hem uiteindelijk zelf tegemoet. Het roept hem zelfs. ‘Offerus, wil je me dragen?’

Zo gaat het vaak op de levensreis. Er zijn twee bewegingen, je zoekt met inzet van al je krachten en soms mag je ervaren: er wordt naar mij gezocht. De Ander komt naar mij toe.

Ik heb lief, ik ben geliefd.

Ik verlang, er is een verlangen naar mij.

Ik draag, ik word gedragen

Ik ben houvast, ik verlang ernaar vastgehouden te worden.

Dat je bron bent, en stroom, en soms druppel voor even,

dat je waterval bent, en breed stromend water, dat je bedding bent.

Dat je gebutst bent en verweerd, en meer nog, zacht en glad van de lange reis.

En dat er een bron is, waar je uit voortkomt, waar we allen vandaan komen.

Dat hij of zij die wij misschien God noemen of Goed of Bron bij ons wil zijn. Zoals de psalm spreekt: ‘In diepe dalen, op hoge vlakten aan rivieren van tranen. En dat je wist en beaamde, daar ontspringt mijn bron.’

Zegenen we elkaar

in goede gedachten verbonden.

Amen

Mooi en rauw om te luisteren:

Kommil Foo Kom hier dat ik u draag   (klik op)   Tekst

Schilderijen (klik op) conniefransen

Deze zondagsbrief is gemaakt door Mignon van Bokhoven.

Teksten, tenzij anders vermeld, zijn van haar hand.

|073 – 6425915 | m.a.vanbokhoven@hotmail.com|

 


Aanmelden


Wegens de Covid-19 situatie is aanmelden verplicht voor fysieke bijeenkomsten.







Deel dit artikel





Video

Bekijk opnames.

Zoeken


Nieuwsbrief


Blijf op de hoogte en schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Een robot (of spam-script) Een mens
Volledige naam E-mailadres