6 juni Roos van Doorn

06 juni 2021

Thema: ‘Van binnen naar buiten’

Muzikale begeleiding: Bert Noordam

Kaars tekst: In stilte praten

Als we praten, dan zal alles wat in stilte gegroeid is niet weer weggenomen worden,  maar al pratend zullen we de innerlijke stilte bewaren.  Daar gaat het Benedictus om:
In plaats van zwijgend te spreken, zullen we sprekend zwijgen.

Anselm Grun

Introductie en lezing:

We zoeken als Vrijzinnigen inspiratie waar we dat maar kunnen vinden.

De wijsheid van vandaag komt uit de traditie van de woestijnbewoners van Kazachstan, zoals die beschreven wordt door Arita Baaijens in het boek Zoektocht naar het paradijs.

Zonder dat we ooit daar in een yurt geslapen hebben, zonder dat we ooit een voet in Kazachstan gezet hebben, kunnen we toch iets leren van de cultuur van de Kazachstanen die daar leven.

En uit de westerse filosofie zoals vandaag verwoord door Alain de Botton in zijn boek: Architectuur van het geluk. Voor vandaag zocht ik teksten die ons van dienst kunnen zijn, nu we op het punt staan vanuit maanden van teruggetrokken leven in onze huizen weer meer de wereld in te trekken. De teksten gaan over de binnenwereld van onze huizen en dat zegt meteen iets over hoe we ons tot onze buitenwereld verhouden.

Als eerste Alain de Botton:

We verwachten van onze gebouwen dat ze ons, als een soort psychologisch model, een bruikbaar zelfbeeld voorhouden. We omringen ons met stoffelijke zaken die ons vertellen waar we- zoals we voortdurend dreigen te vergeten- diep van binnen behoefte aan hebben. We wenden ons tot behang, bankjes, schilderijen en straten om het weglekken van ons ware ik tegen te gaan.

Door een gebouw als ‘thuis’ aan te duiden erkennen we dat het in harmonie is met onze diepste zielenroerselen. We hebben al net zoveel behoefte aan een geestelijk als een stoffelijk thuis: ter compensatie van onze kwetsbaarheid. We hebben een toevluchtsoord nodig dat onze gemoedstoestanden stut, omdat zoveel in de wereld tegengesteld is aan de dingen waar wij verbondenheid mee voelen. De ruimten die we bewonen moeten ons op één lijn brengen met de wenselijke versies van onszelf en onze belangrijke, vluchtige kanten in stand houden.

Alain de Botton- de architectuur van het geluk

En dan Arita Baaijens in haar reisverslag van haar tocht door Kazachstan. Ze vertelt over de gers, de yurts waarin ze tijdens haar reis verblijft.

“Mijn beschrijving van het interieur is die van een buitenstaander. Een Kazach herkent in de ger ook zijn ziel, de geschiedenis van zijn volk, de verbondenheid met hemel en aarde. Elk detail, elk ornament, elke kleur, elk onderdeel van de ger, van het krakkemiddige deurtje en de drempel tot aan de nok, heeft een diepere betekenis. De ger is de kosmos, niet een klein beetje maar voor de volle honderd procent.

De centrale stok in het midden is de axis van het universum, waaromheen aarde, zon en planeten draaien. Het rookgat boven de ger zorgt voor een open verbinding met de hemel, de aangestampte grond verbindt de bewoners met de aarde. Het lage deurtje opent naar het oosten, waar de dageraad elke ochtend de komst van de zon aankondigt. Op de dorpel onder de deur zet je nooit je voet, de dorpel markeert de grens tussen twee werelden, binnen en buiten, en heeft een sacrale betekenis.

Uit: Zoektocht naar het paradijs- Arita Baaijens

Overweging

We gaan de wereld weer in. Na maanden aan onze huizen gekluisterd te zijn geweest en mondjesmaat en voorzichtig deel te hebben genomen aan het leven op straat, in de supermarkt en bij vrienden en familie gaat de wereld weer open.

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik voel echt dat het een overgang is. Op een aantal verschillende niveau’s. Er is een praktisch niveau: de kinderen mogen weer naar school, we mogen weer life met elkaar vergaderen, ik kan weer enigzins normaal boodschappen doen. Op dat niveau: opluchting! Er komt weer meer ruimte om te leven- heerlijk.

Op emotioneel niveau. De volgestroomde winkelstraat, het geroezemoes van volle terrassen terwijl ik op de markt mijn boodschappen doe. Ik werd er blij van en ook bijna een beetje duizelig. Zoveel mensen! Ik ben het gewoon niet meer gewend! Even schakelen weer: hoe blijf ik bij mezelf temidden van al deze mensen die bij mijn leefwereld horen? Hoe deed ik dat ook alweer? Hoe dichtbij en hoe veraf vind ik fijn als ik op straat loop, in de trein zit, een praatje maak?

Op het niveau van zingeving, betekenis, levensfilosofie, gaan mijn gedachten naar de aard van binnen en buitenwereld. Door zo’n tijd beperkt te zijn in de keuze voor de buitenwereld ben ik me meer bewust geworden dat buiten en binnenwereld allebei bestaan. Hoe zit het nú met onze binnenwereld en buitenwereld? We hebben onszelf misschien de afgelopen maanden getroost met de gedachte dat het ook wel mooi is, eens de tijd te hebben voor binnen, letterlijk en figuurlijk. Een beetje meer introspectie. En nu mogen we weer naar buiten. Die overgang gaat misschien ook wel gepaard met gemengde gevoelens.

De buitenwereld is het dorp de stad, de samenleving, de natuur, je huis, school en werk. Je familie, dierbaren en alle verdere relaties en contacten. Je neemt je eigen min of meer afgebakende plaats in in het grote geheel. In die buitenwereld kom je mensen tegen; sommige zeggen je niets, sommige doen je heel veel. Op een fijne manier of soms ook minder fijn, als de ontmoeting aan iets pijnlijks in je levensgeschiedenis raakt, wat je onbewust met je mee draagt.

Door gedwongen binnenhuis te verkeren zijn deze ontmoetingen geminimaliseerd. En dat was misschien wel zo lekker rustig. Of misschien was het andersom: ben je in de tijd die je had in al die rust jezelf en weggestopte gevoelens ook tegengekomen. Of misschien had je juist helemaal geen tijd omdat je moe werd van alle zoomvergaderingen en je werk en leven thuis veel vroeg van je aanpassingsvermogen.

Hoe je de tijd binnen ook doorgebracht en beleefd hebt, we krijgen allemaal nu een nieuwe start in de buitenwereld. Een nieuwe uitnodiging om je binnenwereld weer aan de buitenwereld te verbinden.

Het tekstfragment wat we net lazen over het interieur van een ger, van een yurt, geeft – misschien wel juist omdat het ons vreemd voorkomt- , een mooie aanleiding tot bespiegelingen over binnen en buitenwereld.

In de ger is de binnenwereld de buitenwereld en andersom. Het huis is tegelijkertijd de kosmos, de hele wereld past in hun ronde tent. Lichaam én ziel vinden hier beschutting en voedsel en rust. Bijna alles in de ger is niet alleen functioneel maar ook symbolisch. Wat mooi als je woonplek je zo kan herinneren aan dat je niet aan lichaam betn, maar ook geest. Dat je huis je levensfilosofie weerspiegeld.

In de ger is een kleine deur, naar de wereld, gericht op het oosten, waardoor je de andere wereld in kunt stappen. De dorpel markeert de grens tussen de twee werelden, binnenwereld en buitenwereld. Je mag niet zomaar op de dorpel stappen en daarmee wordt die beweging van buiten naar binnen en van binnen naar buiten bewust gemaakt.

In de dagelijkse gang van zaken zit zo een klein ritueel verstopt! Elke keer als je je huis in of uitstapt, herinner je jezelf eraan dat er een binnen en een buitenwereld is, en dat die overgang gemarkeerd mag worden met iets heiligs.

We doen het hier ook, zij het op een andere manier: we maken ons in dit uur met een aantal rituelen klaar om naar binnen te gaan en aan het einde van dit uur maken we ons klaar om weer naar buiten te gaan. Dat is één keer per week een ervaring van een uur. En in deze yurt is het meerdere keren per dag een mini ritueel van een paar seconden: van buiten naar binnen, van binnen naar buiten.

En er is meer: de dragende palen in het midden van de  ger, staan symbool voor de axis mundi, voor het verbinden van de aarde met de hemel en andersom. Dat lijt me mooi, dat je huis je zo herinnert aan deze verbindtenis. Dat je huis als het ware tegen je zegt: die axis mundi, kun je die ook ergens in je zelf vinden? De sterke kracht die wortelt in de aarde, die dragende kracht, en de uitstrekkende beweging naar de hemel , de open armen om de energie van boven te kunnen ontvangen een dat die twee schijnbaar tegengestelde werelden op elkaar betrokken zijn, door jou!

Zo vertelt de plek waar je woont je daar: jij hebt je axis mundi, jij hebt je venster naar de hemel, jij hebt je deurtje naar het oosten. Je hebt een innerlijke plek waar het vuur brandt, een innerlijke plek waar je kunt rusten. En om het niet mooier te maken dan het is: een vriendin van mij die een paar weken in Mongolië verbleef zei: “het is zo bijzonder: alles is daar in die ene tent. Een plek om te eten en te slapen, de zaag hangt aan het derde touwtje naast de deur maar er staan ook schapenkoppen te drogen. De yurt omarmt het hele leven.”

Je woonplek vertelt je: omarm je hele leven, alle mooie en goede en alle verdrietige en moeilijke momenten.

Je woonplek vertelt je: je hebt een dagelijks leven, maar ook een eigen innerlijk leven en je bent  onlosmakelijk verweven met de kosmos , het leven zelf. Je bent onderdeel van de kosmos en de kosmos in onderdeel van jou.

Ik vind het mooi dat de cultuur van de mensen die gewend zijn om in yurts te wonen ons herinnert aan deze zienswijze: binnenwereld en buitenwereld zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je gaat niet alleen bijvoorbeeld één keer per week naar de kerk of naar meditatieuur en de rest van je leven ben je los van alle spiritualiteit. Nee, je hele leven is ervan doortrokken. Alleen laten wíj dat in ons dagelijks leven niet zo makkelijk meer zien.

Laten we de heilige plekken in onszelf en in onze buitenwereld bewaren. Als haltes voor onszelf om over te kunnen stappen van binnen naar buitenwereld. Deze plek, deze zaal in de ontmoeting kan werken als zo’n halte, een huisaltaartje thuis kan werken als zo’n halte, een wandeling in de natuur kan werken als zo’n halte, elke drempel die je bewust overstapt kan werken als zo’n halte. Laten we ons oefenen in die overstap van binnen naar buiten en van buiten naar binnen en die twee werelden zo vaak aan elkaar verbinden als we maar kunnen.

En waarom? Omdat we zo de kans hebben en kunnen oefenen en leren en ervaren dat niets minder dan de Liefde zelf in ons huist en door ons heen stroomt en dat we die in deze wereld gestalte kunnen geven. Als we de wereld nemen zoals die is, daarmee in verbinding blijven. En als we trouw blijven aan onszelf. Dan mogen we weten dat onze aardse handen en voeten altijd weer op kunnen laden en zich geborgen mogen weten in de energie van de kosmos, de palm van Gods hand, de Bron van Licht en Leven.

Moge er in je leven plaatsen zijn waar dit voor jou werkelijkheid kan worden. Amen

Zegen



Deel dit artikel