Opname 17 mei Thomas viering

30 mei 2020

10.30 uur

Al een aantal jaren draait de leeskring ‘Thomasevangelie’ in De Ontmoeting. De rijkdom van dit evangelie en de boeiende commentaren er op van diverse auteurs zijn aanleiding tot openhartige gesprekken waarin veel wordt gedeeld. Graag deelt de groep in deze Thomasviering iets van zijn ervaring ook met onze gemeenschap.

Het Thomasevangelie is een oud-christelijke tekst die geen levensverhaal van Jezus vertelt maar een aantal uitspraken van Jezus als wijsheidsleraar bevat. Het bevat aansporingen om op weg te gaan op een innerlijke zoektocht. En ook wegwijzers die ons kunnen helpen op die weg naar herkenning van onze werkelijke aard en het ervaren van de diepe vreugde die daarmee gepaard gaat. Van verlossing van ‘zonde’ door Jezus’ lijden is in dit evangelie geen sprake.

Viering

Mededelingen bestuur Esther

Goede morgen, van harte welkom in de Ontmoeting voor mensen veraf en toch ook zo dichtbij.

Vandaag heeft de Thomaskring de viering voorbereid.Henri Stroband, Jan Fokkens en Johan Birnie zijn hier aanwezig en Ine Melse en Marieke Hoeve luisteren de viering muzikaal op, begeleid door Rien den Arend op de piano.

Elke woensdagavond kan er thuis in stilte gemediteerd worden Tussen half 6 en half 7 ‘s avonds.

Zondag 24 mei gaat Irene Hörst voor

31 mei met Pinksteren gaat Roos van Doorn voor.Voor deze viering kunnen jullie aan Roos doorgeven waarheen licht gestuurd kan worden of naar wie. Liefst vóór 26 mei.

Ik wens ons een goede viering

Kaars aansteken Marieke :
Op een moskee in India, het land waarheen de apostel Thomas vermoedelijk is gegaan, staat geschreven: ‘Jezus, over wie vrede zij, heeft gezegd: het leven is als een brug: ga er overheen, maar bouw er uw huis niet op…… ‘het leven is als een brug: ga er overheen, maar bouw er uw huis niet op’.

Lied X-41 Henk Harmsen, Marieke en Ine onder begeleiding van Rien.
‘Wakker worden! Voel de stroom van leven in en om ons heen. Niet meer vragen: ‘waarom?’ of ‘waartoe? waarheen? van waar?’. Na de storm en na de stilte zien wij in’t voorbijgaan jou.’

Jan: Het Thomas-evangelie.
Het Thomas-evangelie bestaat uit ruim honderd korte uitspraken die aan Jezus worden toegeschreven. Waar de Bijbelse evangeliën verhalen zijn waarin elk van de vier schrijvers vooral zíjn visie op Jezus en diens boodschap geeft, laat het Thomas evangelie meer ruimte voor ons als lezers. De soms op het eerste gezicht raadselachtige uitspraken roepen ons op om er zélf mee aan de slag te gaan. Het gaat minder om wat ik over Jezus hoor, en meer om hoe ik zoek naar de diepere betekenis van zijn woorden voor mijn leven. In de leeskring ‘Schatgraven in Thomans’ proberen we dan ook om elkaar de ruimte te geven om te uiten wat een tekst ons zegt, wat hij met ons doet. Om vervolgens respectvol om te gaan met interpretatie-verschillen of liever: van elkaar te willen leren. Vandaag zullen we zo trachten om te gaan met de kortste uitspraak in dit evangelie.

Ine: Lezing: Logion 42: ‘Wees voorbijgangers’. Wees voorbijgangers

Johan: Voor mij passen het logion en de kaarstekst heel mooi bij elkaar. Uitgaande van de kaarstekst: we zijn, ik ben op weg. We komen, als metafoor, beeld, ergens vandaan en gaan ergens naar toe. Dat ‘ergens’ doet er in wezen niet echt toe. Het gaat erom, bewust op weg te zijn; wat ráákt je, wat dóe je met wat je geraakt heeft. In dit logion zegt Jezus: wees voorbijgangers. Ik hoor hierin iets paradoxaals, iets tegenstrijdigs: blijf onderweg maar laat wat / wie je onderweg tegenkomt je aanspreken. Luister, kijk proef met heel je wezen. En, zoals rond de bevrijding duidelijk is gezegd: kijk niet weg! En als je geraakt bent en het een plek hebt gegeven in je leven en in deze wereld: ga dan weer verder. Bouw geen huis rond je ervaring, mooi of pijnlijk, om erin te blijven wonen. Dan blijft er telkens weer ruimte voor een nieuwe ervaring, een ervaring met de essentie van jouw wezen, een eenheidservaring.
Dat zegt Jezus mij in dit logion. Zo komen deze twee wijsheden voor mij bij elkaar.

Henri: Ik hoor, Johan, hoe belangrijk jij het bewegen vindt, het op weg zijn. Dat voel ik ook zo. waarbij het bewegen voor mij ook een metafoor voor spirituele ontwikkeling kan zijn. Wat mooi hoe je zegt: ‘luister, kijk, proef met heel je wezen’, zonder kleven, steeds ruimte makend voor een volgende stap op je weg. Je noemt daar mooie en pijnlijke ervaringen. Ja, iets kan alleen mooi zijn als er lelijk bestaat; iets is pijnlijk omdat het tegendeel zich ook voordoet. Die mooie en pijnlijke ervaringen: ik ervaar, op momenten dat ik me daarvoor open stel, dat dingen niet voor niets gebeuren. Zo had ik ooit een burn-out die mij uit de wereld van het vooral rationele naar ook het spirituele leidde. Het ervaren van de essentie van je wezen: wat prachtig gezegd!

Jan: Ja, we komen nu heel dicht bij waar het in deze teksten ook voor mij om gaat. Het valt ook mij op, Johan, dat je het onderweg zijn zo belangrijk vindt. Je vindt het doel helemaal niet belangrijk; ‘érgens naar toe’. Voor mij zou dat kunnen zijn: steeds bewuster te leren leven. Er van uit gaande dat, als we echt leven, als we alles wat we meemaken helemaal tot ons door laten dringen, we hoe dan ook op de goede weg zijn?

Henri: De twee teksten, Thomas logion 42 ‘wees voorbijgangers’ en de tekst op de moskee waarin Jezus het leven vergelijkt met een brug waarmee je naar de overkant kunt oversteken maar waarop je geen huis moet bouwen, maken voor mij wederzijds het verstaan van elkaar wat helderder. Waarom leef ik? Om doelen te bereiken als bezit, persoonlijk geluk, macht misschien, of zelfs het bijdragen aan wat vooral mijn ‘ik’ een ‘betere wereld’ vindt? Voor mijn gevoel is dat alles, zeker als het op de eerste plaats komt, het bouwen van het huis op de brug: het vastklampen aan de materiële kant van het leven. Hoe gemakkelijk geef ik daaraan toe, al weet ik dat het onverstandig is…. Het voorbijganger zijn wijst mij op een bewegen, op het níet krampachtig vastklampen aan wat mij bevalt of op het níet even krampachtig afweren van wat mij níet bevalt. Maar als voorbijganger kan ik wel van alles voelen bij het waarnemen van waaraan ik ‘voorbijga’. Vreugde, verdriet…. maar ik hoef er niet ín te blijven hangen: ik ben immers onderweg; Zou het bouwen van het huis dan ook het hechten kunnen zijn aan bepaalde aspecten van het leven? Het willen behouden van zaken die veranderlijk zijn, bijvoorbeeld? Of angst voor dingen die ik juist niet wil?

Johan: Als je het hebt over krampachtig vastklampen Henri gaat er bij mij een belletje rinkelen: te vaak heb ik pas veel later in mijn leven gemerkt dat ik mij aan iets vastklampte, zoals jij dat noemt. Pas door een, soms harde, confrontatie, als ik door iemand duidelijk gespiegeld werd, werd ik mij daar dan van bewust. Want zo heb ik vaak geleerd dat ik me aan iets vastklamp. Door dat van de ander te accepteren wordt je samen voorbijganger. En dat is een rijke ervaring.

Jan: Eigenlijk vind ik het heel paradoxaal, Henri, dat jij zelfs “het streven naar een betere wereld´ schaart onder dingen waar het niet om gaat. Dat mogen we toch wel doen, lijkt me? Daarmee maak je wel duidelijk hoe nauw het voor jou steekt. Dat zelfs dat streven naar een betere wereld voor jou niet op de eerste plaats mag staan.

Henri: Klopt, Jan, maar wat ík een betere wereld vind, hoeft een ander dat niet te vinden. Het ‘érgens heen gaan’ van Johan haal ik graag nog even aan, en jouw ‘bewust leven’: Die ‘betere wereld’ ís er al voor Jezus. Als het bewustzijn van mensen, van ons, verandert gaan we dat zien en er naar handelen. En dan gaan ook andere mensen het zien!

Jan: Ook mijn uitgangspunt is dat we op weg zouden kunnen zijn naar het ervaren van wat in logion 113 staat: ‘Zijn leerlingen zeiden tot hem: ‘wanneer zal het koninkrijk komen? Jezus zei: Het koninkrijk komt niet door het te verwachten. Je kunt niet zeggen: het is hier, of het is daar. Nee, het koninkrijk is uitgespreid over de aarde maar de mensen zíen het niet.

Henri: Johan, jij noemde ook nog een éénheidservaring. De beide teksten voel ik ook als verwijzend naar dat grote thema van Thomas: de twee één maken en het daardoor leren ervaren van de aanwezigheid van het Koninkrijk, hier en nu. In Thomas meen ik te lezen dat het ervaren van éénheid, zowel in mijzelf als het één zijn met al wat is, mijn levensdoel kan zijn. Op zo’n moment kan het koninkrijk, de al aanwezige schoonheid van het bestaan, even helemaal worden ervaren denk ik. Zou dat bedoeld kunnen zijn met ‘de andere oever’. Niet die van ‘ik en jij’ maar die van Eén? Van ‘Al’? Steeds opnieuw éven aan die andere oever zijn en daarna het leven bewuster, anders leven! Met minder egocentrisme, minder onderscheid! Want daardoor ervaar ik de twee teksten als heel hoopgevend.

Johan: Wat je zegt over het ervaren van éénheid: mij wordt steeds duidelijker dat ik daarvoor de polen waar ik dan mee te maken heb, eerst gelijkwaardig onder ogen moet zien. Vaak een haast onmogelijke klus. Soms lijkt het wel alsof ik niet vooruit kom, of ik een tijdje in dat huis op de brug moet wonen, maar ik realiseer me dat het ook omgekeerd is: stoppen met rennen achter wat in de wereld zo nodig moet, en tijd nemen voor bezinning: ik hoop eigenlijk dat ik juist zó ‘voorbijganger kan zijn’.

Jan: Het raakt mij dat je zegt dat je dat onderweg zijn soms onderbreken moet om helemaal bezig te kunnen zijn met een zware klus die op dat dat moment op je weg komt.. Je hebt dan mogelijk het gevoel dat je helemaal niet verder komt. Maar het bezig zijn met die innerlijke klus, ik voel het ook zo dat je juist dán helemaal onderweg bent.We hebben al gezien dat naast het voorbijganger zijn het er in Thomas ook om gaat om eenheid te ervaren. We zijn geneigd de werkelijkheid te verdelen in goed en kwaad, vriend en vijand, enz. Alles wat we meemaken duiden we in dualiteiten. En bijna altijd verbinden we daar een waardeoordeel aan. De ene helft van de dualiteit is goed en de andere helft is slecht. Maar daarmee raken we het zicht op de totaliteit, de eenheid van alles kwijt. Etty Hillesum heeft in haar dagboek over het ervaren van deze dingen geschreven. Etty werd in 1914 geboren in een Nederlands-joodse familie en schreef als jonge vrouw een indringend dagboek over haar ervaringen in de tweede wereldoorlog. Ze is in Auschwitz gestorven. Ze schrijft over een eenheids-ervaring het volgende: ‘Mensen zeggen wel eens: ‘jij maakt ook overal het beste van’. Ik vind dat een flauwhartige uitdrukking. Het is overal helemaal goed. En tegelijkertijd helemaal slecht. …. Ik heb nooit het gevoel dat ik ergens het beste van maken moet, alles is altijd helemaal goed zoals het is. Elke situatie, hoe ellendig ook, is iets absoluuts en houdt het goede en het slechte in zich besloten’. En even later zegt zij: ‘Ik voelde me zo diep vredig en dankbaar gestemd…. en aanvaardde…. alle catastrofes en pijnen die nog over me zouden komen. En geloofde vast dat ik het leven tóch schoon zou blijven vinden, altijd, ondanks alles. Alle catastrofes komen voort uit ons zelf. En waarom is er oorlog? Misschien omdat ik af en toe de neiging heb om mijn medemensen af te snauwen. Omdat ik en m’n buurman en íedereen niet genoeg liefde in zich heeft…… en ik geloof dat ik daarom ook geen angst heb in deze tijd, omdat alles wat er gebeurt me ergens zo nabij is, zo – hoe monstrueuze afmetingen het soms ook aanneemt- voortkomende uit de mensen…….. Uit iedere enkeling, uit mijzelf…..

Ik denk dat Etty hierin laat zien dat zij het koninkrijk hier en nu ervaart, en éénheid.
Ruim een maand geleden lag mijn oudste zus in het ziekenhuis. Mijn broer en ik werden opgeroepen om in het ziekenhuis te komen. De artsen waren tot de conclusie gekomen dat geen genezing meer mogelijk was zijn. Zij stelden voor de apparaten af te koppelen en haar zo comfortabel mogelijk door de volgende fase tot het einde te loodsen. Dat kon 2 uur duren of 2 dagen. Uit eindelijk duurde het toch nog 2,5 dag. Ze bleef sterk tot het einde toe. Ondanks Corona mochten wij de hele dag bij haar zijn. Nadat mijn zus was afgekoppeld was zij niet meer aanspreekbaar. Ik heb uren hand in hand bij haar aan het bed gezeten. Als vrijwilliger in een hospice had ik dit wel vaker gedaan bij mensen in deze fase.
Maar nu gebeurde er iets bijzonders. We konden niet meer praten maar ik voelde een intens contact met haar. Langzaam drong tot mij door dat we in die uren heel veel hebben uitgewerkt en dat voelde heel goed. Ik weet nu dat we heel veel van elkaar houden. In haar leven hebben we dat niet tegen elkaar kunnen zeggen. Mensen die mijn zus goed hebben gekend en haar in de kist zagen liggen zeiden dat er nu een vrede van haar gezicht afstraalde die ze nog nooit eerder hebben gezien bij haar.
Het is dus mogelijk iets van het koninkrijk hier op aarde ervaren. Dat gebeurt niet door het te verwachten. Ik denk dat het er alleen maar om gaat daar open voor te staan. Vanuit het vertrouwen dat het er ís.

Ine: De dichter Han G Hoekstra heeft dit in het volgend gedicht prachtig verwoord:

Ik heb een ceder in mijn tuin geplant

Gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen

Een binnenplaats, meesmuilt ge, sintels, schillen

En schimmel die een blinde muur aanrandt

Er is geen boom alleen een grauwe wand.

Hij is er zeg ik en mijn stem gaat trillen.

 

Ik heb een ceder in mijn tuin geplant.

Gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen.

Ik wijs naar buiten, waar zijn ranke, prille

Stam in het herfstlicht staat, onaangerand,

Niet te benaderen voor noodlots grillen

Geen macht ter wereld kan het droombeeld drillen.

Ik heb een ceder in mijn tuin geplant

Johan: Mooi, Jan, dat je door Etty Hillesum aan te halen laat zien hoe bevrijdend, zelfs in de meest onmogelijke situaties, het weten en ervaren van die eenheid kan zijn. Bijzonder en rijk wat je met je zus hebt ervaren. Wat er dan wel bij me opkomt, in het kader van waar we mee bezig zij (‘voorbijgangers’) is hoe mooi het zal zijn als ook deze eenheidservaring geen huis op de brug wordt. Hopelijk kunnen we zo’n ervaring meenemen in het dagelijkse leven; zoals Etty kon doen.

Henri: Ik hoor, Jan, dat jij op weg wilt zijn naar het al bestaande Koninkrijk. Al bestaand. Ik hoor daarin dat we niet in ruimte of tijd hoeven te reizen om het Koninkrijk of éénheid, te ervaren. Wat bijzonder, zoals Johan al aangaf, dat Etty Hillesum in staat was hier en nu de tegendelen bij elkaar te brengen. Als jullie wijzen op dualiteit als paren van tegenstellingen, dan komt bij mij de gedachte op dat het ervaren van ‘je zelf en de ander’ danwel het ervaren van éénheid óók zo’n paar van tegengestelden is, dat kan oplossen als de dualiteit overstegen wordt.
Prachtig dat je hebt willen vertellen hoe je ervoer dat het sterfbed van je zus je naast verdriet ook vreugde bracht. Of liever: dat beide emoties overgingen in de overstijgende ervaring dat alles goed is…. ! Ik hoor je daarin zeggen dat het leven zelf ons de mogelijkheden biedt om ons bewust te worden van het doel van onze weg. Ik heb de neiging dat ook te associëren met de grote crises van deze tijd: het klimaat en Corona. Wát een problemen; maar dus ook: wát een kansen!

Muziek Leonard Cohen: ‘There is a crack in everything; that’s where the light comes in’.

Doven van de kaars. Esther

 

 



Deel dit artikel





Zoeken


Nieuwsbrief


Blijf op de hoogte en schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Een robot (of spam-script) Een mens
Volledige naam E-mailadres