Teksten Stilteviering Zomerbloei

13 januari 2018


De Akelei (Ida Gerhardt)
Toen hij het kleine plantje vond,boog hij aandachtig naar de grond
en dan, om wortels en om mos groef hij de fijne aarde los,
voorzichtig – dat zijn hand niets schond.
Behoedzaam rondom aangevat droeg hij het langs het slingerpad
van bos en akker voor zich uit,
en schoof het thuis in ’t licht der ruit zoals hij het gevonden had.
Dan, fluitende en welgezind mengde hij zoekend eerst de tint;
diepblauw en zwart ineen gevloeid, met enk’le druppels rood doorgloeid,
dat het tot purper samenbindt.
En uur aan uur trok stil voorbij;
zó diep verzonken werkte hij,dat het hem soms was of zijn hand
de vezels tastte van de plant-
zo glanzend kwam de omtrek vrij.
Totdat het gaaf te prijken stond:
de wortels scheem’rend afgerond,het uitgesprongen groene blad
scherp in zijn karteling gevat
tegen de lichte achtergrond;
de bloemkroon purper violet,de hokjes om het hart gebed
en boven de geknikte steel
de honingsporen, het juweel vijfvlakkig: kantig neergezet.
In ’t vallend donker toefde hij nog dralend bij zijn akelei;
dan, in het laatste licht van ’t raam schreef hij de letters van zijn naam
en ’t jaartal glimlachend erbij.

Zomerochtend  (Jos van Hest)
Boomtoppen vangen het eerste licht
de lege weg ligt klaar
we kunnen overal heen
maar we zijn al overal

De waterlelie (Frederik van Eeden)

Ik heb de witte waterlelie lief,
daar die zo blank is en zo stil haar kroon
uitplooit in ’t licht.
Rijzend uit donker-koele vijvergrond,
heeft zij het licht gevonden en ontsloot
toen blij het gouden hart.
Nu rust zij peinzend op het watervlak
en wenst niet meer…


Deel dit artikel





Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Zoeken


Nieuwsbrief


Blijf op de hoogte en schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Een robot (of spam-script) Een mens
E-mailadres