Koffie met……..verhaal, muziek of…

18 juli 2021

De komende weken worden de bijeenkomsten door onze leden of belangstellenden verzorgd.

Er worden verhalen verteld, muziek gemaakt of er is tijd voor bezinning bij een klankschalen concert.

Er is gelegenheid om elkaar te ontmoeten bij een kop koffie of thee.

Zondag 18 juli een verhaal van Dieneke Gorter met als thema: ‘keerpunt” ( Zie hieronder)

25 juli neemt Henri Stroband ons mee naar Bretagne

1 augustus kunnen we genieten van een klankschalenconcert van Elisabeth Verheij en Hendrik Jan Dekker

8 augustus is er gezellig koffie/thee drinken met elkaar

15 augustus verrassen Peter Bouter en Taggi ons met met gitaar muziek en zang

Omdat wij nog steeds afstand tot elkaar moeten houden is het handig om je op te geven, het zou jammer zijn, als er geen ruimte meer is. Dit kan bij de desbetreffende zondag of een mailtje naar info@deontmoetingbennekom.nl


Inleiding bij het verhaal van Keerpunt 18-07-2021

We leven als mensen met dat wat ons wel en niet toevalt. We leren leven met verlies, dromen die niet uitkomen, teleurstellingen die op ons pad komen; Scheidingen/ natuurgeweld en dierbaren die ons ontvallen. Daarmee leren leven is zoveel moeilijker dan al het moois wat vaak als vanzelfsprekend lijkt te gaan. Om met dat vaak moeilijke leven om te gaan is het zinvol als we levenskunst kunnen ontwikkelen. Daar gaat het vaak over hier in de Ontmoeting. En ik moest daar laatst ook aan denken bij een uitvaart van iemand, die ondanks de vele verliezen tevreden was met zijn leven. Hij blij was met kleine dingen en in dankbaarheid kon terugkijken. Mooie gebeurtenissen en contact met mensen kunnen ons troost geven. En ik haal ook troost uit de natuur, uit kunst en uit ervaringen die dit alles overstijgen. Uit de vele vieringen en lezingen die hier in de Ontmoeting plaatsvonden ontleen ik troost en wijsheid. Ik durf te stellen dat ik het zonder die troost, die wijsheid en jullie aandacht en vriendschap moeilijker zou vinden om mijn persoonlijke verliezen te dragen.

Keerpunt

De deur van zijn kamer was al jaren dicht.

We hadden zijn bed recht getrokken, zijn spullen wat opgeruimd en de deur daarna op slot gedraaid. In de loop van de tijd hadden we geen moed meer om de deur te openen. Mijn vrouw en ik spraken er ook niet meer over. En zoals dat blijkbaar gaat leek het juist of die dichte deur nog het enige was dat ons wezenlijk bond. Ik dacht vaak aan al het stof dat in de loop van de tijd neerdaalde over al zijn spullen die nog in de kamer stonden. Ook onze gebaren en onze gesprekken verstomden en verstoften, want we praatten weinig, hooguit nog wat over alledaagse dingen; over welke boodschappen zal ik halen of moet het gras vandaag worden gemaaid. Het voelde of zijn verlies ons had lamgeslagen. De mensen waar we contact mee hadden gehad zagen we nauwelijks nog en op een enkeling na werd er ook niet meer gebeld.  Misschien vonden ze dat te moeilijk. Wij herinnerden hen teveel aan verdriet, aan het leven dat zo snel voorbij kan gaan door dat kind dat er niet meer was. We keken dan ook vreemd op toen er een paar dagen geleden werd aangebeld. Wie zou dat nu kunnen zijn, mompelde mijn vrouw. Het bleek de schilder te zijn die eens in de vijf jaar langskwam om af te spreken of de buitenboel weer geschilderd moest worden. We stemden er mee in, het huis moet wel onderhouden worden, zei de schilder. Ja natuurlijk…. De schilder ging voortvarend te werk en er was weer wat leven rondom ons huis. In de ochtend hoorden we het geluid van zijn busje al op tijd aankomen waarna hij zijn spullen uitpakte en al meefluitend met de muziek in zijn oortjes aan de slag ging. Op de derde dag vroeg hij of de ramen boven open konden zodat hij de kopse kanten beter kon afwerken. Ik zei, ga je gang denkend aan de kamer boven waar we niet meer kwamen. Moest ik de ramen zelf opendoen of het uit handen geven. Ik besloot tot het laatste, mijn vrouw deed boodschappen en dan hoefde ik haar niet te zeggen dat er nu iemand in de kamer kwam en ik hoefde er zelf ook niet in. Na een paar dagen had de schilder zijn klus geklaard en leek ons leven weer op dat van voor het onderhoud. Mijn vrouw ging alleen weg voor boodschappen of naar een vriendin waar ze af en toe kwam. Ik pakte het tuinwerk weer op om de naderende winter een plaats te geven nu het steeds kouder werd en de bladeren vielen. En ik zat veel te lezen, hoewel ik mezelf er meermaals op betrapte dat ik na een uur of langer geen bladzij had omgeslagen. Maar op een vroege ochtend toen we nog in bed lagen, schrokken we wakker van een klaaglijk geluid. Het leek op het huilen van een kind en het kwam uit de kamer waar we nooit meer geweest waren sinds die bewuste dag, morgen vijf jaar geleden. We keken elkaar aan, waren we gek aan het worden, wat gebeurde er daar achter die deur. Het geluid werd heviger en leek nu meer op het mauwen van een dier dat pijn had. We keken elkaar aan en knikten elkaar toe. Die deur moest open. We sprongen uit bed, ik draaide de deur van het slot en pakte mijn vrouw bij haar hand. Met trillende benen stapten we de kamer binnen en stonden perplex. Daar, op het keurig opgemaakte bed van onze zoon, dat bed dat nog steeds op hem wachtte, lag een rode lapjeskat die al likkend haar net geboren katjes welkom heette. Wij snelden er op af.  Met tranen in onze ogen zagen wij weer dat wondere en o zo kwetsbare leven voor ons. En wat we niet meer voor mogelijk hadden gehouden, gebeurde, we hielden elkaar stevig vast alsof we eindelijk weer wisten waar die armen en handen voor bedoeld waren. We bleven maar kijken naar dat prachtige nest met moeder en katjes. Die kleine piepende beestjes met hun oogjes nog dicht. Het was zo ontroerend mooi dat onze spanning zich ontlaadde, we huilden en lachten door onze tranen heen. Ik keek naar mijn vrouw en zag de scherpe lijnen van verdriet rond haar mond, de kleine kraaienpootjes rondom haar ogen en voelde hoe zacht de huid van haar blote armen was. En hoewel het raam nog openstond verspreidde zich een vuur in ons binnenste dat ons opnieuw verwarmde en koesterde. Ik pakte mijn vrouw opnieuw bij haar hand en leidde haar terug naar ons bed.

En de deur, de deur ging niet meer op slot.



Deel dit artikel